In America gebeurde er tijdens de 2e Wereldoorlog van alles. Hier vindt u een aantal verhalen en foto’s hierover.

In deze oorlog kwamen er in Americaanse gezinnen diverse Joodse onderduikers terecht. Meestal waren dit jonge kinderen, die hier via diverse kanalen terechtkwamen.
Jaren na de oorlog werden er door Joodse overlevers onderscheidingen aangevraagd voor de mensen, die hen in de oorlog “gered” hebben. Aan deze onderscheidingen, de zogenaamde Yad Vashem onderscheiding, werden al in 1979 toegekend aan de familie Tielen van de Putweg (Sjeng en Gon Tielen). Op 16 november 2022 werden er opnieuw onderscheidingen (posthuum) toegekend aan families, die in de oorlog in America woonden. Het gaat om de families Frans en Cato Geurts – van den Munckhof (van de Nieuwe Peeldijk) de familie Peter en Anna Smedts – Geurts en hun kinderen Mathieu Smedts en Marietje van Heijster – Smedts. Zij woonden op de Zwarte Plakweg.

Klik op onderstaande links voor informatie
www.yadvashem.org
www.yadvashem.nl



Tielen, Johannes Alfons Josef & Maria Johanna Aldegonda

Christiaan Tielen, een weduwnaar van in de zeventig, en vijf van zijn kinderen, allen twintigers en tijdens de oorlog alleenstaand, woonden in het kleine, streng rooms-katholieke Limburgse dorp America.

De dochter Gonda en de oudste zoon Johannes (Sjeng), die de familieboerderij runden, waren vanaf het begin van de bezetting betrokken bij het verzet.

In het midden van 1942, toen informatie over de vervolging van Joden en anderen door de nazi’s de plaatselijke priester bereikte, instrueerde hij zijn parochie om klaar te staan om naar voren te komen en te helpen de tirannie te weerstaan.

De familie Tielen nam deze boodschap ter harte en verwelkomde in oktober 1942 Leonard Marcus en zijn vrouw Hilde uit Zwolle in bewaring in hun huis. De Marcuses werden opgenomen in het Tielse huis als een natuurlijk verlengstuk van de familie en werden uitstekend behandeld. Aanvankelijk droeg het koppel 65 gulden per maand bij aan hun onkosten, maar het duurde niet lang voordat de Tielens weigerden verdere betalingen te accepteren en zeiden dat het hun menselijke en religieuze plicht was om mensen te helpen zonder enige financiële compensatie te ontvangen.

 

 

Tien maanden na hun aankomst in het Tielense huis besloten de Marcuses de Tielens te verlaten en te proberen zich bij hun vier dochters te voegen, die op verschillende adressen in Friesland verborgen zaten. De Tielens waren bedroefd om hun gasten te zien vertrekken.

Op 3 juni 1944 werd de Tielens gevraagd om een jonge, Joodse vrouw uit Amsterdam genaamd Kitty Granaat te verbergen. Ze had zich eerder verstopt bij een aantal mensen in Neerkant,, Noord-Brabant. Via vrienden werd Kitty in contact gebracht met de Tielens, en ze kwam op 3 juni 1944 bij hen thuis en bleef daar tot de bevrijding.

Kitty kon zich relatief vrij bewegen rond de boerderij van Tielens, omdat de meeste dorpelingen te vertrouwen waren. Ze werd aan mensen voorgesteld als student uit Amsterdam of als neef uit Eindhoven. In september 1944 werd de situatie rond de Tielse boerderij precair. Het was de laatste boerderij aan de spoorlijn Deurne-Venlo en was gevaarlijk dicht bij de frontlinie komen te liggen.

De Duitsers confisqueerden een deel van de boerderij en legden mijnen en installeerden militair materieel op het terrein. De Tielens hadden ook te kampen met verschillende groepen Duitse soldaten die door hun huis zwierven.

Vanaf dat moment deed Kitty zich voor als de verloofde van Johannes Tielen, oorspronkelijk afkomstig uit Neerkant, een gebied dat al bevrijd was. Daarnaast bracht Tini van de Bilt* in augustus 1944 een klein Joods meisje genaamd Betsie uit Helden naar de Tielenshoeve.

 

Op 3 januari 1979 erkende Yad Vashem Johannes Alfons Josef Tielen en zijn zus Maria Johanna Aldegonda Tielen als Rechtvaardige onder de Volkeren.

Meer informatie over de familie Tielen is te vinden op de pagina van Yad Vashem.