Strohulzenfabriek van Oers in America – uniek in de regio !

Hay Mulders (St. werkgroep Oud – America) Kleinschalige industrie zoals de strohulzenfabriek van Sjeng van Oers in America getuigden van ondernemerschap. De oorlog maakte er een abrupt einde aan.

Wie weet nu, anno nu, nog wat strohulzen zijn?

Strohulzen werden vroeger gebruikt om glaswerk in te verpakken en te transporteren. Door flessen aldus te verpakken werd de kans op schade door glasbreuk aanzienlijk verkleind. Het verpakken van breekbare waren in strohulzen stamt al van voor de zeventiende eeuw. De productie van strohulzen en stromatten was oorspronkelijk afkomstig uit het noorden van Duitsland en daar was het een echte huisindustrie. Nadat de rogge met de hand gemaaid werd, bleef er het lange stro over, het zgn. schoofstro. Als de rogge in de wintermaanden gedorst was, kwam het stro vrij. Op de velden kon men ’s winters niet werken.  Niet ieder stro was geschikt om tot strohulzen verwerkt te worden. Eigenlijk kwam alleen roggestro hiervoor in aanmerking en dus een goedkope grondstof voor het vervaardigen van een industrieel product zoals strohulzen. Roggebrood en aardappelen waren begin twintigste eeuw immers het belangrijkste voedsel voor het gewone volk. Achter in de stal hield men zich daarom tijdens de donkere maanden bezig met het maken van strohulzen. 

 

Met een vlaknaaimachine werden stromatjes genaaid, die daarna dichtgehaakt werden tot een huls. 

Later drong deze vorm van huisindustrie ook door in Nederland en Noord – België en rogge werd op de Brabantse en Limburgse zandgronden overvloedig verbouwd. Handelaren kochten gewoonlijk de strohulzen op van de boeren met wie ze veelal vaste prijsafspraken hadden. Deze handelaren verkochten ze vervolgens door aan grote afnemers zoals brouwerijen en wijnhandelaren.  

Voor 1900 werden er in de strafgevangenis van Groningen door de gevangenen strohulzen vervaardigd om de mensen toch iets nuttigs te laten doen. Het werd ervaren als een erg eentonig werk. 

Toen de strohulzen voortaan machinaal werden vervaardigd, verkochten de boeren hun stro aan de fabrieken. 
Volgens de streekhistoricus Jean Coenen ontvingen de boeren in 1897 voor een kar lang, recht stro 15 à 20 gulden. Fabrikanten van chemicaliën, wijnhandelaren en bierbrouwers waren afnemers van strohulzen om hun producten te vervoeren. Soms ziet men vandaag de dag nog wel eens de wat duurdere wijnen en champagnes in strohulzen verpakt. 

Aan het begin van de 20e eeuw stonden er in het oosten van Brabant strohulzenfabrieken, zoals  in Eindhoven, Helmond, Someren,  Asten, Uden, Deurne, St. Jozefparochie, Vught, Mierlo – Hout en Leende. In 1913 telde heel Nederland 22 strohulzenfabrieken, goed voor de productie van 170 miljoen stuks. Grote namen waren en zijn nog steeds Caron en van Gansewinkel. Deze laatste bevoorraadde o.a. de Heineken Brouwerijen en groeide later uit tot een internationaal afvalverwerkingsbedrijf. 

Een groot deel van de strohulzen werd geëxporteerd naar landen zoals Engeland, Schotland en de Verenigde Staten. Vanwege een verbod op invoer van strohulzen in Engeland moest de strohulzenfabriek in Someren in 1917 zelfs de deuren sluiten. 
De meeste fabrieken werden tussen 1920 en 1929 opgeheven. 

Enkele fabrieken:

  • Stroohulzenfabriek The Confidence te Someren (opgeheven 1939)
  • Stroohulzenfabriek Het Zuiden te Eindhoven
  • Stroohulzenfabriek Uno te Helmond
  • Vereenigde Nederlandsche Stroohulzenfabrieken te Helmond
  • NV Stroohulzenfabriek Wilhelmina te Someren
  • NV Stroohulzenfabriek Crescendo te Dommelen
  • Stroohulzenfabr. en Mach. Brei-inrichting te Deurne
  • Geldropse Stroohulzenfabr. Jos Govers & Co te Geldrop (opgeheven 1958)
  • Straw Envelope M.F.G. Com. Strohulzenfabriek te Boxtel

 

In 1917 was er in Blerick ook een strohulzenfabriek. In 1943 brandde het strohulzenfabriek in het Limburgse Echt helemaal af. Niet vreemd met al dat droge stro. Er was maar een vlammetje nodig om de boel in vlam te zetten. Rond de eeuwwisseling leverde de Firma van Rens uit Beesel strohulzenmachines aan de vaak kleine fabrieken. 
Ook in America lag een strohulzenfabriek en wel van Sebastiaan (Sjang in de volksmond) van Oers op huisnummer E43. Hij was afkomstig van Oud en Nieuw Gastel, geboren op 2-5-1888 en gehuwd met Maria Hesen uit Horst.
We komen van Oers voor het eerst in America tegen in de periode 1900 tot 1920. Hij woonde toen op huisnummer E 54 en later, rond 1930  op E43. Dit is de huidige Nusseleinstraat en wel op nummer 20. Later vestigde zich hier Bouten Piet met een slagerij en een Végé winkel. 

 

Op de foto het huis van Sjeng van Oers aan de Nusseleinstraat. Op de foto v.l.n.r. Maria Hesen, Lies, Sebastianus (Sjeng) en Cor van Oers. Sjang van Oers was een van de eersten met een auto in America.  Links naast het huis staat het eier-inpaklokaal. Later werd hier een stuk aan het huis gebouwd. 

 

De familie van Oers (E43) beschreven in  het boek van de volkstelling uit 1930.

Sjang van Oers was een actieve ondernemer en was naast molenaar (graanmaalderij) ook nog rijwielhandelaar, houthandelaar en strohulzenfabrikant.

In zijn houthandel verhandelde hij door houthakkers gemaakte palen op lengte. Via het station America werd dit afgevoerd naar het zuiden des lands om te gebruiken als stuthout in de mijnen.

Omdat er in die tijd veel gefietst werd, moesten de mensen voor reparatie of onderdelen naar Horst. Ze kwamen dan bij hem voorbij en van Oers bedacht dat hij zelf ook wel zo’n fietswinkel kon starten . Zijn oudste zoon Cor van Oers zorgde voor de reparaties en de onderdelen kwamen van de firma Poels in Venray.
Dochter Jo van Oers herinnert zich nog dat Bert Poels van de Zwarte Plak voor zijn 18e verjaardag een fiets cadeau kreeg, die door vader Poels cash betaald werd.

In de Venloosche courant van 22 november 1938 wordt aangekondigd dat de fabricage van strohulzen gauw genoeg zal starten.
In de fabriek werden ook matten vervaardigd, die gebruikt werden in de legnesten van de kippen.

De aanwezigheid van de spoorlijn in de buurt met een station in America zal zeker meegespeeld hebben bij  de oprichting van deze fabriek. Aanvoer van grondstoffen en afvoer van producten waren immers dichtbij.
Van Oers kwam in contact met een strohulzen fabrikant dat er mee ophield en hij zag er wel iets in. Hij nam de hele handel over. Ook nam hij de afzet van de strohulzen over. De strohulzen werden verscheept naar Schotland, Ierland en Engeland , waar whiskyfabrieken de strohulzen gebruikten om de flessen te beschermen tegen breuk.

Van Oers had achter zijn woning aan de zijde van het naastgelegen Café een flinke aanbouw, waarin hij zijn strohulzen vervaardigde.

Het stro werd op maat geknipt en daarna met naai / stikmachines zo gemaakt dat strooien matjes ontstonden. Een aantal meisjes uit America bedienden de machines.

De strohulzen werden in pakken gedaan en, voordat ze verscheept werden opgeborgen in een kleine ruimte achter de fabriek. Veearts Vullings uit Horst kwam de hele boel ontsmetten en daarna verzegelen. Het fabriek draaide heel goed.
Door het uitbreken van de oorlog stagneerde de handel met Engeland plotsklaps, waardoor de strohulzenfabriek omstreeks eind 1940 moest sluiten.

Begin oktober 1944 werd de stilgelegde strohulzenfabriek als onderdak gevorderd door de Duitsers, en werden er ongeveer 150 jonge Duitse soldaten ondergebracht. Kort nadat de Duitse soldaten de fabriek hadden verlaten volgde er een zwaar bombardement waarbij de gehele strohulzenfabriek met de grond gelijk gemaakt werd. Alle machines waren kapot. Gelukkig raakte niemand gewond.
Aangezien het woonhuis bij dit bombardement ook dusdanig beschadigd was dat het voor het gezin van Oers niet meer bewoonbaar was, vertrok het gezin tijdelijk naar de ouders van Mevrouw van Oers.
De graanmaalderij was minder beschadigd en na de oorlog kon er weer graan gemalen worden.
Door de ontwikkeling van nieuwe verpakkingsmethoden, eerst karton en later plastic, liep de vraag naar strohulzen sterk terug en werden de meeste fabrieken gesloten.

Op de foto uit 1943: Joke, Rie en Do van Oers, kinderen van Sjang van Oers voor de ingang van de fabriek.

In 1961 vertrok de fam. van Oers uit America en vestigde zich in Bunde.

Hay Mulders , St. Werkgroep Oud America.